Lakshmibai, oorlogskoningin van India

In 1858 vecht Lakshmibai mee in de slotakte van de Eerste Indiase Onafhankelijk-heidsoorlog. Door haar dood op het slagveld wordt zij een nationale legende.

De vesting Gwalior. Tijdens haar mars hierheen bond Lakshmibai de strijd aan met de Britten en raakte daarbij dodelijk gewond.

Foto van JENS BENNINGHOFEN/ALAMY/ACI
Door Alessandra Pagano
Gepubliceerd 14 jun. 2021 13:38 CEST

Dit artikel verscheen in Historia Magazine.

Halverwege de 19de eeuw werd een groot deel van India bestuurd door de Britse Oost­ Indische Compagnie, zowel rechtstreeks als via lokale vazallen. Het expansionistische beleid van de Britten lokte in 1857 een bloedige opstand uit, die door de Britten de Indiase Muiterij werd genoemd, maar bij Indiërs bekendstaat als de Eerste Indiase Onafhankelijkheidsoorlog. Onder de opstandelingen bevond zich een moedige vrouw: Lakshmibai, de rani (vorstin) van Jhansi.

Manikarnika, zoals haar ouders haar noemden, werd geboren in het huidige Varanasi. Op vierjarige leeftijd verloor ze haar moeder, waarna ze met haar vader verhuisde naar het hof van peshwaBaji Rao II, de eerste minister van de Marathaconfederatie. Daar kreeg ze als jonge vrouw de vrijheid om activiteiten te ondernemen die normaal gesproken waren voorbehouden aan mannen: paardrijden, schermen en het beoefenen van verschillende vechtsporten. Al op jonge leeftijd liet ze zien over een moedig karakter te beschikken. Dat bleek bijvoorbeeld toen haar werd verboden op een olifant van de peshwa te rijden. Haar vader, die bedroefd was om de teleur­stelling bij zijn dochter, legde haar uit dat ze nooit een olifant zouden kunnen betalen. Maar zij antwoordde vast­beraden: ‘Ik ben voorbestemd om tien olifanten te hebben!’

Koningin van Jhansi 

Toen ze nog maar een meisje was, werd ze uitgehuwelijkt aan Gangadhar Rao, de maharadja van Jhansi, een klein prinsdom in het noorden van India. De bruiloft vond plaats in 1842 en werd uitbundig gevierd. Vanaf dat moment was de jonge vrouw rani van Jhansi en nam ze de naam Lakshmibai aan, een ver­wijzing naar de hindoegodin Lakshmi. Uit hun huwelijk kwam één zoon voort, maar die stierf een aantal maan­den na de geboorte al. In 1853 werd ook de maharadja ziek. Niet lang voordat hij overleed, adopteerde hij een kind. Het jongetje was de zoon van een familielid, en werd door de maharadja uitgeroepen tot zijn troonopvolger. Lakshmibai zou namens deze geadopteerde zoon rege­ren totdat hij de volwassen leeftijd had bereikt.

De Engelse gouverneur­generaal van India, James Broun­Ramsay, weigerde deze gang van zaken echter te erkennen. In plaats daarvan paste hij de zoge­naamde doctrine of lapse toe: een wet die de Britse Oost­Indische Compagnie in staat stelde Indiase staten te annexe­ren waarvan de vorst was overleden zonder directe mannelijk erfgenaam. Lakshmibai probeerde dit besluit juri­disch aan te vechten, maar Broun­Ramsay negeerde de rani en beval haar terug te keren naar haar geboorteplaats. Ter compensatie bood hij Lakshmibai een royaal pensioen van zestigduizend roepie per jaar. Ze sloeg het aanbod echter af en verklaarde: ‘Ik zal mijn Jhansi niet opgeven.’

Bij haar geboorte ontving ze de deugden van de hindoegodinnen Lakshmi, Durga en Sarasvati. De Godin Durga, Reliëf uit de 12de eeuw. 

Foto van BRIDGEMAN/ACI

Ondertussen verslechterde de relatie tussen de Britse regering en de Indiërs. Terwijl de aristocratische klasse vreesde haar voorrechten te verliezen, groeide de ontevredenheid onder de bevolking omdat de Compagnie een reeks hervor­mingen had doorgevoerd waarbij oude tradities werden afgeschaft, waaronder de sati, het weduwenoffer op de brand­stapel. Ook werd het christelijke zen­dingswerk geïntensiveerd, wat door de lokale bevolking werd gezien als een aanval op de traditionele religie.

Op 10 mei 1857 brak in Meerut, in het noorden van India, een opstand uit waarbij sepoys, Indische troepen in dienst van de Compagnie, in opstand kwamen tegen de Britten. In korte tijd verspreidde het verzet zich als een olievlek. Daar waar de rebellen de over­hand kregen, liepen de Britten het risico om meedogenloos te worden afgeslacht.

De schoonheid van de rani van Jhansi

Een Engelsman die een nauwe band onderhield met Lakshmibai beschreef haar uiterlijk als volgt: ‘Ze was stevig, maar niet overdreven groot. Haar gezicht moet erg aantrekkelijk zijn geweest toen ze jong was en ook nu had ze nog steeds veel charmes (...). Haar uitdrukking was erg intelligent. Haar ogen waren bijzonder mooi en haar neus was prachtig gevormd. Haar jurk was gemaakt van een eenvoudige witte stof met een fijne textuur die ze droeg op zo’n manier dat haar contouren goed tot uiting kwamen. Ze had een prachtig figuur. Wat uit de toon viel, was haar stem.’

Lakshmibai, Rani van Jhansi op een paard en met een zwaard in haar hand. 19de eeuwse tekening. 

Foto van ALAMY/ACI

De oorlog van 1857

Op 8 juni bestormden de sepoys in Jhansi het fort waarin de Europeanen zich verschansten. Een Indiase agent in dienst van de Engelsen verklaarde dat de sepoys alle officieren, hun vrouwen en hun kinderen oppakten. Buiten de muren van de stad werden ze op brute wijze vermoord. De volgende dag ver­lieten de muiters Jhansi en namen alle rijkdommen met zich mee.

In het licht van deze gebeurtenis­sen reageerde Lakshmibai aanvanke­lijk voorzichtig. Ze schreef een brief aan de Britse autoriteiten waarin ze de ‘ontrouw, wreedheid en gewelddadig­heid’ van de sepoys veroordeelde. Ze verzekerde de Britten dat ze de rebellen het geëiste geld alleen had mee gegeven omdat ze door hen was bedreigd. Haar roep om versterking bleef echter onbe­antwoord, zelfs toen twee heersers uit de directe omgeving haar territorium binnenvielen.

Sommige Britten beschuldigden haar ervan dat ze zelf achter het door de sepoys aangerichte bloed­bad in haar stad zat. Hoe het ook zij, Lakshmibai zou nog talloze maan­den over Jhansi regeren, terwijl de Britten een verhitte strijd voerden tegen andere rebellerende groepen.

De situatie veranderde in maart 1858, toen troepen van de Compagnie de stad belegerden. De Britse veld­maarschalk Hugh Rose eiste onmid­dellijke overgave, maar in plaats daarvan tartte de rani hem met een openbare verklaring: ‘We vechten voor onafhankelijkheid. In de woorden van [de hindoeïstische godin] Krishna: ‘Wanneer we winnen, zullen we de vruchten van de overwinning plukken; als we worden verslagen, sterven we op het slagveld en verdienen we eeuwige glorie en verlossing.’’

Op 23 maart nam Rose de stad voor het eerst onder vuur. De gevechten duurden slechts enkele dagen en al snel namen de krachten van het Indiase leger af, ondanks de hulp van het leger van Tantia Tope, een andere rebellen­leider.

Een gravure van een groep Britse officieren en hun vrouwen die worden afgeslacht in Jhansi tijdens de opstand van de sepoys in 1857.

Foto van GRANGER/ACI

Op 2 april probeerden de Britten een volgende klap uit te delen. De soldaten kregen de opdracht om ‘niemand ouder dan zestien jaar te sparen, behalve de vrouwen’. Maar dit laatste bevel werd niet gerespecteerd; naar schatting stier­ven vijfduizend mensen bij de inname van Jhansi. Lakshmibai wist te vluch­ten. Volgens de overlevering sprong ze direct vanuit een raam op het zadel van Badal, haar favoriete paard, met haar adoptiefzoon vastgebonden op haar rug. Veel waarschijnlijker is dat de twee ’s nachts met hulp van bewakers wisten te vluchten.

De koningin ging naar de stad Kalpi om zich aan te sluiten bij het leger van Tantia Tope. Haar plan was om op te rukken naar de vestingstad Gwalior, die in handen was gevallen van de rebellen, om daar de strijd tegen de Britten nieuw leven in te blazen. Als reactie op deze dreiging mobiliseerde Rose een machtig leger bij Gwalior. Op 17 juni wist hij de rebellen te verslaan.

De dood van een legende

Lakshmibai stierf op het slagveld. Vol­gens een lezing overleed ze nadat ze van haar paard werd geslingerd. Volgens een andere versie werd ze neergescho­ten. Wat vaststaat, is dat haar persoon­lijke deelname aan de strijd een ware sensatie was. De Engelsen rapporteer­den dat Lakshmibai was gekleed als een man en dat ze haar zwaard met beide handen hanteerde, terwijl ze de teugels van haar paard in haar mond hield.

Ook werd verteld dat ze de juwelen die ze droeg, weggaf aan soldaten die haar naar een beschutte plek onder de takken van een mangoboom brachten, om daar rustig te kunnen sterven. Een andere bron voegt eraan toe dat ze tij­dens deze tocht werd begeleid door twee escortes. Lakshmibai zou de jaren daarop de inspiratiebron zijn voor tal­loze gedichten en liederen, en later voor romans, films en televisieseries. Van­daag de dag is ze een van de populairste figuren uit de geschiedenis van India.

Dit artikel verscheen in Historia Magazine.

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.