Nederlanders trekken al eeuwenlang de wereld over. Zo is het koloniale verleden op veel plekken nog zichtbaar, bijvoorbeeld in de vorm van Nederlandse koloniale forten. National Geographic-redacteur Kevin van Huët stuitte enige jaren geleden op eeuwenoude VOC-gebouwen in Maleisië, zoals het Stadthuys in Malakka. Deze drie minder bekende plekken met een Nederlandse geschiedenis zijn minstens zo verrassend.

1. Nederlandse boerderijen in Denemarken

Onder de rook van het internationale vliegveld van Kopenhagen vind je het museum Hollændergårdene (‘De Nederlandse boerderijen’). De geschiedenis van dit Nederlandse stukje Denemarken gaat terug tot 1519. De Deense koning Christiaan II besloot dat jaar om boeren uit West-Friesland en de Waterlanden (de regio van Purmerend en Volendam) het eiland Amager te schenken. De Denen die er woonden, moesten daarvoor wijken.

Toen Christiaan II in 1521 van de troon werd verdreven, betekende dat bijna het einde van de Hollandse aanwezigheid op Amager. Toch mochten de Hollanders blijven, mits ze hun woongebied zouden beperken tot het dorp Store Magleby, dat nog steeds als bijnaam Hollænderbyen (‘De Nederlandse stad’) heeft.

De geschiedkundige Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871) schreef een boek over de Purmerendse geschiedenis en de verhuizing van de boeren naar Denemarken. Ze kregen op het eiland veel vrijheden, mits ze daar Edammer kaas en boter zouden maken en het hof ervan zouden voorzien. De kolonisten leefden er naar hun eigen regels en spraken er lange tijd in hun eigen taal, die in de loop der jaren een mengelmoes van Nederlands en Deens werd.

bezoek van wilhelmina aan amager
Fotobureau onbekend / Spaarnestad Photo
Koningin Wilhelmina (links op de foto) bezocht in 1922 het Hollandse dorp op het eiland Amager. De inwoners waren vol verwachting toen duidelijk werd dat ‘hun’ koningin het eiland zou bezoeken. De Avondpost meldt: ‘Op Amager werd koningin Wilhelmina in het Hollandsch begroet met een toespraak van Dirck Jansen, die er met trots op wees, dat de oude Hollanders hier de tradities van hun vaderland nog hebben bewaard.’

Tegenwoordig is Store Magleby vrijwel opgegaan in Kopenhagen en vormen alleen nog de boerderijen het tastbare bewijs van een Nederlandse aanwezigheid. Het ‘Amagerhollands’ stierf in de negentiende eeuw uit, blijkt uit onderzoek van Joost Robbe, taalkundige aan Aarhus Universitetet.

2. Nederlandse handelspost in Japan

De band tussen Nederland en Japan gaat al honderden jaren terug. Toen de shogun (opperbevelhebber) Tokugawa Iemitsu het land in 1635 afsloot voor de buitenwereld, was Nederland het enige land dat er nog handel mocht drijven. Die uitzonderingspositie hadden we deels te danken aan de nogal omstreden keuze van de VOC om het shogunaat kanonnen te leveren, zodat zij de opstand van katholieke boeren konden neerslaan. Het christendom was verboden in Japan.

deshima in nagasaki
Pictures from History//Getty Images
Zo moet het kunstmatige eiland met de Nederlandse handelspost Deshima er ongeveer uitgezien hebben. In het water zie je de waaiervormige handelspost, met ertegenover de stad Nagasaki.

Tijdens de gesloten Edo-periode – die tot 1854 duurde – stond er een Nederlandse handelspost op het kunstmatige eiland Deshima (ook wel Dejima), nabij Nagasaki. Het eiland is weliswaar opgeslokt door het vasteland, maar er wordt al twintig jaar gewerkt aan een reconstructie van de 25 gebouwen en pakhuizen die er gestaan hebben. Ook liggen er meerdere VOC-kooplieden begraven op de internationale begraafplaats in Nagasaki.

Het Nederlands was tijdens de Edo-periode zelfs de wetenschappelijke voertaal en de enige buitenlandse taal die niet verboden was. De Japanse taalkundige Makoto Shimizu schreef hier meer over in het tijdschrift Ons Erfdeel. Nog steeds kent het Japans veel Nederlandse leenwoorden, vooral in de medische en farmaceutische hoek, zoals pinsetto (pincet) en supoito (spuit).

historische japanse begraafplaats in nagasaki
Rijksmuseum / Publiek Domein
Deze foto is genomen tussen 1862 en 1866 en is toegeschreven aan Antoon Bauduin. De begraafplaats aan de voet van de berg Inasa ontstond in 1655 en was bedoeld als laatste rustplaats voor Chinezen en Nederlanders. Later kwamen daar ook andere nationaliteiten bij.

3. Nederlandse vallei in Tennessee

Reiziger en hervormer Mienette Storm-van der Chijs (1814-1895) werkte in de jaren vijftig van de negentiende eeuw aan een plan om een kolonie te stichten in de Amerikaanse staat Tennessee, tussen de plaatsen Knoxville en Kingston. Daar moesten gezonde en sterke kinderen – niet ouder dan zestien jaar – een nieuwe toekomst beginnen. Op hun 21ste zouden ze de kolonie moeten verlaten en op eigen benen staan.

Het plan kwam voort uit liefdadigheid. De vermogensongelijkheid was in de negentiende eeuw vele malen groter dan tegenwoordig en veel arbeiders en gezinnen kwamen amper rond. Volgens De Sheboygan Nieuwsbode, de enige Nederlandstalige krant van Amerika, was het lot van zoveel arme Nederlanders alleen op te lossen ‘door grote volksverplaatsing’.

Storm-van der Chijs ging op zoek naar een geschikte plek en kwam terecht in een vallei in Tennessee. Het klimaat leek op dat van Nederland, de kleigrond leek geschikt voor de productie van aardewerk en er zouden druiven geplant kunnen worden. Zij hoopte dat Nederlandse weeshuizen honderden ‘frissche, gezonde jongens’ zouden sturen om het land te bewerken. Volgens een van haar brieven uit 1857 had ze reeds 450 acres (zo’n 1,8 miljoen vierkante meter) gekocht.

Of er daadwerkelijk wezen naar Tennessee zijn vertrokken is moeilijk te achterhalen. De kranten stoppen kort na de aankoop met hun berichtgeving over het plan. Maar tussen Knoxville en Kingston is mogelijk wel een spoor van de aankoop van Storm-van der Chijs te vinden. Er ligt een landelijke woonwijk met de naam Dutch Valley. Keihard bewijs dat het hier om dé vallei van Storm-van der Chijs gaat ontbreekt, maar de locaties komen grofweg overeen.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Roeliene Bos

Roeliene werkt als editor voor National Geographic. Daarnaast levert ze als wetenschapsjournalist bijdragen aan onder meer Quest en KIJK Magazine. Ze is dol op reizen, godsdienstgeschiedenis en een stevige wandeling.