Wetenschap

Verhaal van 'hobbitmens' krijgt nieuwe wending door duizenden rattenbotten

De overvloedige overblijfselen van knaagdieren werpen een nieuw licht op het lot van de kleine Floresmens op het Indonesische eiland Flores. vrijdag, 15 maart 2019

Door Paige Madison

De kalksteengrot van Liang Bua op het Indonesische eiland Flores staat alom bekend als de hobbitgrot, de vindplaats van de verrassend kleine en enorm controversiële, uitgestorven mensachtige Homo floresiensis. Onder wetenschappers die hier onderzoek doen, heeft de plek echter een andere naam: de rattengrot.

“De eerste keer dat ik naar de opgravingen in Liang Bua ging en zag hoe de botten uit de grond werden gehaald, was ik verbluft over het grote aandeel rattenbotten,” memoreert Matthew Tocheri, Canada Research Chair in Human Origins aan Lakehead University.

Tocheri en een internationaal team van wetenschappers hebben de rattenbotten bestudeerd en bewijs gevonden van grote verschuivingen tussen de verschillende populaties, waaronder een van zo’n zestigduizend jaar geleden, toen de hobbitoverblijfselen uit de grot begonnen te verdwijnen.

“Precies zestigduizend jaar geleden begonnen de hobbits in aantallen af te nemen tot ze helemaal verdwenen waren,” zegt Wahyu Saptomo, hoofd conservatie en archeometrie bij het Indonesische National Research Centre for Archaeology.

De ontdekking is gepubliceerd in de Journal of Human Evolutionen schetst niet alleen een tot dan toe onbekend beeld van de paleo-ecologie rond Liang Bua, maar kan mogelijk ook antwoord geven op enkele van de prangendste vragen over het lot van de hobbits.

Ratten opmeten

Toen de H. floresiensis in 2003 plotseling op het paleoantropologische toneel verscheen, leidden de kleine hersenen en vreemde, primitieve kenmerken tot discussies over de plek die de Floresmens in onze stamboom inneemt. Wetenschappers gingen op zoek naar aanwijzingen voor dit mysterie. De omgeving van de hobbit kwam in de belangstelling te staan en bij opgravingen werden allerlei prehistorische dieren blootgelegd, die bijna net zo bizar waren als de hobbit zelf: reusachtige ooievaars, olifantachtigen ter grootte van een koe en oeroude komodovaranen.

De dieren die echter in overvloed in de bodem van de grot werden aangetroffen, waren ratten. Maar liefst tachtig procent van de botten was van deze dieren afkomstig.

De ratten van Flores zijn geen gewone knaagdieren. Dat geldt niet alleen nu, maar ook toen de H. floresiensis het landschap bevolkte. Een van de nog levende rattensoorten is zo groot als een kleine hond. Deze enorme rat trekt vaak de aandacht, maar is slechts een van de vele soorten die in Liang Bua bewaard zijn gebleven. Ze waren van ongelijke grootte, vertoonden ander gedrag en hadden een andere voedselvoorkeur.

Van alle soorten op aarde zijn “knaagdieren de meest diverse groep zoogdieren,” aldus onderzoeksleider Elizabeth Veatch. Zij is promovenda aan de Emory-universiteit en wordt door het onderzoeksteam liefkozend Miss Tikus (Indonesisch voor ‘rattenvrouw’) genoemd. Op paleoantropologisch vlak kunnen deze verschillen informatie geven over de lokale ecologie en omgeving door de tijd heen.

Ratten zijn uitermate geschikt om een beeld te kunnen vormen van het prehistorische leven in Liang Bua, omdat hun botten voortdurend opduiken bij opgravingen. Terwijl hobbits, stegodons en andere soorten komen en gaan, blijven de ratten voorkomen in elke laag van de ongeveer 190.000 jaar oude bodem van de grot.

Tocheri: “De Homo floresiensis en de moderne mens zijn slechts tijdelijke gasten die voor een bepaalde duur inchecken en daarna weer uitchecken.”

Dankzij de diversiteit van de ratten, volharding en gedeeltelijke financiering van de National Geographic Society, hebben Veatch en Tocheri meer dan twaalfduizend rattenbotten kunnen opmeten, in grootteklassen kunnen indelen en de relatieve overvloed van elke klasse in de sedimentaire lagen kunnen volgen. Hieruit kwam een opvallend gegeven naar voren. Tot zestigduizend jaar geleden werd het gebied gedomineerd door middelgrote ratten die de voorkeur gaven aan een meer open habitat. Daarna wijzen de botten op het bestaan van kleinere ratten die meer in de bossen leefden.

Het team veronderstelt dat deze verschuiving wijst op een verandering in de omgeving rond de grot, waarbij “een meer open habitat plaats maakt voor een meer gesloten habitat,” zegt Jatmiko, medeauteur van het onderzoek en onderzoeker bij het Indonesische National Research Centre for Archaeology.

Hobbit-migratie?

Deze ecologische verschuiving is volgens het team niet alleen van invloed op de hobbits: “De H. floresiensis stond hier niet alleen in. Ook de overige grote soorten vertoonden dit beeld. In de laag van vijftigduizend jaar geleden zijn geen sporen meer te vinden van hobbits, stegodons, gieren, ooievaars en komodovaranen,” aldus Saptomo.

Wetenschappers veronderstelden eerder dat de grote fauna op Flores was uitgestorven. Veatch: “De boodschap die de ratten afgeven, lijkt er echter op te duiden dat de H. floresiensisuit Liang Bua is vertrokken om, net als de rest, op zoek te gaan naar een meer open omgeving.”

Volgens medeauteur Thomas Sutikna van de Universiteit van Wollongong komt het er dus op neer dat de hobbits en hun reusachtige buren mogelijk niet toen zijn uitgestorven. Wellicht zijn ze naar leefbaardere omgevingen op het eiland getrokken.

“De kans bestaat dat sommige daarna nog elders op Flores hebben voortgeleefd,” zegt hij.

De analyse van het team is “netjes en zorgvuldig uitgevoerd,” zegt Bernard Wood, directeur van het Center for the Advanced Study of Human Paleobiology aan de George Washington-universiteit. Hij voegt eraan toe dat hieruit maar weer blijkt hoe belangrijk het is om fossielen op verschillende manieren te interpreteren. Wood: “Dit onderzoek toont ook weer aan hoe onzinnig het is om te zeggen dat een taxon in een heel gebied is uitgestorven als er op een of meer plaatsen geen fossielen meer worden gevonden.”

De resultaten kunnen er bijvoorbeeld op duiden dat de hobbitsoort ook nog in een wat recenter verleden voorkwam en misschien zelfs wel in contact is gekomen met onze voorouders. De moderne mens (Homo sapiens) lijkt ongeveer 46.000 jaar geleden op het eiland te zijn aangekomen. Als de hobbits langer hebben voortgeleefd op Flores, kunnen ze de moderne mens elders op het eiland zijn tegengekomen.

Om dergelijke vragen te kunnen beantwoorden, zijn meer ontdekkingen nodig. En dan in Liang Bua en elders op Flores. Met wat geluk vinden wetenschappers meer grotten en plekken met botten van de H. floresiensis. En als ze nog meer geluk hebben, ontdekken ze nog veel meer botten van ratten, zodat ze beter kunnen uitpluizen wat er precies heeft plaatsgevonden in de laatste dagen van deze uitgestorven mensachtige.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com