Duizend jaar oude botten van de oudste tsunamislachtoffers in Oost-Afrika

Lang geleden verzwolg een grote golf een vissersdorp in het huidige Tanzania. Onderzoekers bekijken opnieuw het risico van tsunami's aan de oostkust van Afrika.

Friday, May 15, 2020,
Door Michael Greshko
Een menselijke schedel steekt uit het grijze zand langs de Panganirivier in Tanzania. Op deze plek ...

Een menselijke schedel steekt uit het grijze zand langs de Panganirivier in Tanzania. Op deze plek stond ooit een vissersdorp van de Swahili. Ongeveer duizend jaar geleden verwoestte een tsunami plotseling het dorp. Hierbij kwamen veel inwoners om het leven.

Foto van VITTORIO MASELLI

Duizend jaar geleden stond er op enkele kilometers van de Indische Oceaan een welvarend Swahilidorp op de oevers van de Panganirivier in Tanzania. De huizen waren gemaakt van houten frames bekleed met leem. De inwoners vulden hun netten met vis en maakten kralen van schelpen. Hun keramiek was eenvoudig en functioneel.

Op een dag werden ze overspoeld door een tsunami die was veroorzaakt door een aardbeving aan de andere kant van de Indische Oceaan.

In een nieuw onderzoek, dat door de National Geographic Society is gefinancierd en deze week is gepubliceerd in Geology, wordt deze macabere, zeldzame gebeurtenis in de geologische geschiedenis beschreven. De dorpsbewoners hadden geen schijn van kans en konden niet ontsnappen aan de stortvloed. Vele verdronken in hun verwoeste huizen en werden onder het puin begraven. Voor zover de auteurs van het onderzoek bekend is, is de Tanzaniaanse site de eerste en oudste tsunami-afzetting met menselijke resten in Oost-Afrika. De oudste tsunami-afzetting met menselijke resten ter wereld is aan de andere kant van de Indische Oceaan in Papoea-Nieuw-Guinea gevonden en dateert van zevenduizend jaar geleden.

Van bovenaf ziet de site naast de Panganirivier in Tanzaniaeruit als veld met onbeduidende, lege visvijvers. Op de achtergrond doemt de Indische Oceaan op.

Foto van Davide Oppo

De Tanzaniaanse site voegt een cruciaal gegevenspunt toe aan het onderzoek naar tsunami's in de Indische Oceaan, die verwoestende gevolgen kunnen hebben. Hoewel er in de regio relatief weinig grote tsunami’s voorkomen, ongeveer eens in de driehonderd tot duizend jaar, vinden ze wel plaats. En in Oost-Afrika staat er veel op het spel. Dar es Salaam, het economische centrum van Tanzania aan de kust, is een van de snelst groeiende steden van de wereld. Volgens prognoses van de Verenigde Naties zal Dar es Salaam in 2030 een ‘megastad’ zijn met meer dan tien miljoen inwoners. Aan het eind van de eeuw zal het inwoneraantal zelfs de zeventig miljoen hebben overschreden.

Oost-Afrika kwam goed weg in 2004, toen een tsunami als gevolg van een grote aardbeving voor de kust van Indonesië aan meer dan 227.000 mensen het leven kostte. De meeste schade en doden door die tsunami vielen in Zuid- en Zuidoost-Azië te betreuren. De golven bereikten weliswaar de kust van Oost-Afrika, maar de impact bleef beperkt vanwege de extreem lage waterstand op dat moment.

Dat gold echter niet voor de tsunami die duizend jaar eerder plaatsvond. “De tsunami was waarschijnlijk niet eens zo groot, maar als mensen op grondniveau leven en geen idee hebben van wat eraan komt, is dat misschien wel ergste scenario.” Dat zegt Jody Bourgeois, sedimentoloog en tsunamideskundige aan de Universiteit van Washington. Zij heeft het nieuwe onderzoek getoetst voordat het werd gepubliceerd. “Je wordt niet gewaarschuwd door een aardbeving, omdat je aan de andere kant van de Indische Oceaan leeft.”

Een eeuwenoude ramp blootgelegd

Ondanks dat tsunami’s in de Indische Oceaan de kust van Oost-Afrika kunnen bereiken, is het risico van tsunami’s in de regio nauwelijks bestudeerd. De Tanzaniaanse site is een van de weinige bekende tsunami-afzettingen in Oost-Afrika van de afgelopen twaalfduizend jaar. “Overheden en bevolkingen moeten hiervan op de hoogte zijn,” zegt Vittorio Maselli, hoofdauteur van het onderzoek, National Geographic Explorer en geoloog aan Dalhousie University in Canada.

In het voorjaar van 2017 begon Maselli aan het onderzoek naar de duizend jaar oude tsunami. Op dat moment was hij werkzaam op de geologische afdeling van de Universiteit van Dar es Salaam. Bij toeval hoorde hij over het werk van archeoloog Elinaza Mjema die ook aan de Universiteit van Dar es Salaam was verbonden en aan het werk was op een locatie op 152 kilometer naar het noordwesten nabij de plaats Pangani. Hier stond ooit een vissersdorp van de Swahili en werden kralen en keramiek in overvloed gevonden. De universiteit gebruikte deze plek voor onderwijs in archeologische veldtechnieken.

Maar toen Mjema daar in 2010 met studenten naartoe ging, vonden ze het ene menselijke bot na het andere. “Alle studenten riepen: Er ligt een skelet,” vertelt hij. “Het was een verrassing.”

Mjema keerde in 2012, 2016 en 2017 terug naar de plek. Ook bij latere opgravingen vonden ze lichamen die her en der verspreid lagen in de grond. Zelfs een met de ijzeren enkelbanden nog om de enkels. Oorlog of ziekte leken niet de oorzaak van de plotselinge ondergang van het dorp. Geen van de botten vertoonden inkepingen of tekenen van ziekte. Zoals het ernaar uitzag, waren de mannen, vrouwen en kinderen verdronken en onder de overblijfselen van hun huizen bedolven.

Een team onderzoekers, onder wie Maselli en medeauteur van het onderzoek Andrew Moore, sedimentoloog aan Earlham College in Richmond, Indiana (VS), bezocht de site in 2017 om meer sedimentmonsters te nemen. Het was een race tegen de klok. De Universiteit van Dar es Salaam was begonnen met het graven van gaten om visvijvers te maken voor onderwijs in aquacultuur. Daarbij werden enkele archeologische sites vernield. De onderzoekers groeven sleuven langs de randen van de vijvers en verzamelden alles wat ze konden vinden. “Binnen drie maanden of misschien eerder zouden deze vijvers met water worden gevuld,” zegt Moore. “We moesten redden wat er te redden viel.”

Het zand waarin het dorp was begraven, bevatte de overblijfselen van vissen, knaagdieren, vogels, amfibieën en zelfs de schelpen van kleine weekdieren. Dat wees erop dat het water enkele kilometers stroomafwaarts uit de Indische Oceaan was binnengespoeld. Ze vonden steeds meer menselijke botten, waar ze ook groeven. Maselli: “Het was soms best emotioneel. We hielden ons bezig met wetenschap, maar ondertussen werkten we wel met mensen die daar waren gestorven.”

Koolstofdatering van houtskool en botten in de afzettingen bevestigden dat de overstroming ongeveer duizend jaar geleden had plaatsgevonden. Tsunami-afzettingen rond de Indische Oceaan dateren ook uit die periode. Dat suggereert dat een eeuw geleden een tsunami had plaatsgevonden die wat schaal en intensiteit betreft vergelijkbaar is met die uit 2004.

Aan de hand van computersimulaties werd ontdekt dat een aardbeving langs de breuk van Sundaplaat voor de kust van Indonesië (ook de oorzaak van de tsunami in 2004) golven zou kunnen hebben veroorzaakt die groot genoeg waren om de afzettingen in Pangani te verklaren. De trechtervormige baai van de Panganirivier zou de tsunamigolven hebben verhevigd terwijl ze stroomopwaarts raasden. Hierdoor had de overstroming nog meer vernietigingskracht.

“Als we naar andere plekken in Afrika gaan waar lang geleden gebeurtenissen zoals in 2004 hebben plaatsgevonden, zouden we het bewijs ervan dan in de bodem terugvinden?” Dat vraagt Moore zich af.

Risico opnieuw bekijken

Het onderzoeksteam hoopt dat het onderzoek ertoe zal leiden dat de risico’s van tsunami’s in Oost-Afrika worden beoordeeld. Maselli zegt dat met name gedetailleerde kaarten van de oceaanbodem in de regio nodig zijn. Net zoals bergketens de luchtstroom kanaliseren, beïnvloedt de topografie van de oceaanbodem de beweging van golven en stromingen. En tsunami’s ontstaan niet alleen door aardbevingen. Ze kunnen ook worden veroorzaakt door aardverschuivingen onder water.

“De Verenigde Staten hebben een omvangrijk programma om het continentale plat en de

continentale helling langs de Atlantische kust in kaart te brengen om inzicht te krijgen in aardverschuivingen,” zegt Maselli. “Voor Oost-Afrika weten we dat niet.”

De archeologische vondsten van Mjema laten zien dat de oude gemeenschap na de tsunami weer is opgekrabbeld. Nog geen vijftig tot honderd jaar later werd er weer op de overstromingsafzettingen gebouwd. Zelfs vandaag de dag gaat het bouwen in het gebied gewoon door. Hoewel plaatselijke bestuurders de bouw in de laaglanden volgens Mjema niet meer toestaan, zijn er recentelijk gebouwen opgetrokken op oude tsunami-afzettingen langs de Panganirivier. Zullen deze gemeenschappen voorbereid zijn op de volgende mogelijke catastrofe?

“We kunnen veel van het verleden leren als we echt willen begrijpen waarmee we te kampen hebben,” aldus Mjema.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

lees verder

Eeuwenoude Egyptische ‘uitvaartcentra’ waren one-stop shops voor het hiernamaals

Volgens nieuw bewijs waren priester-balsemers slimme ondernemers die begrafenispakketten voor elk budget aanboden.

Waar je bent opgegroeid, wat je at: je botten leggen je leven vast

Met behulp van isotopenanalyse van chemische handtekeningen in eeuwenoude menselijke resten kunnen archeologen verplaatsingen en eetpatronen van bevolkingsgroepen vaststellen. 

Verhaal van 'hobbitmens' krijgt nieuwe wending door duizenden rattenbotten

De overvloedige overblijfselen van knaagdieren werpen een nieuw licht op het lot van de kleine Floresmens op het Indonesische eiland Flores.
Lees meer