‘Wondervloeistof’: de medicinale honing van niet-stekende bijen

In het Peruaanse gedeelte van het Amazonegebied dragen niet-stekende bijen veel bij aan de plaatselijke economie door bijzondere honing te produceren en inheemse planten te bestuiven.

Door Douglas Main
Gepubliceerd 7 apr. 2022 10:34 CEST
7X7A6147

Niet-stekende of angelloze bijen, die tot de geslachtengroep Meliponini behoren, zweven rond een honingpot in hun korf. Deze honing wordt gebruikt voor de behandeling van wonden en ontstekingen – en zorgt voor nieuwe inkomsten voor imkers in het Peruaanse gedeelte van het Amazongebied.

Foto door

Niet-stekende of angelloze bijen zijn er in alle soorten en maten: sommige zijn goudkleurig of glanzend zwart als onyx, andere hebben gele en kaneelkleurige strepen. Hun ogen kunnen pikzwart, leigrijs of zelfs blauwgroen zijn en hun achterlijf kan zo klein als een linze of zo groot als een wijndruif zijn. Maar het meest opmerkelijke aan niet-stekende bijen is dat de honing die ze produceren steeds gewilder wordt – als voedingswaar en als medicijn.

In het Peruaanse gedeelte van het Amazonegebied begint de plaatselijke bevolking nu met het houden van enkele van de 175 verschillende niet-stekende bijen die hier van nature voorkomen, een activiteit die veel belooft op te leveren voor imkers en hun gemeenschappen.

Van oudsher werden deze honingsoorten in het wild verzameld en gingen de nesten daarbij verloren.

Maar in de laatste paar jaar hebben wetenschappers als Cesar Delgado van het Instituto de Investigaciones de la Amazonía Peruana (IIAP) de bevolking laten zien hoe ze deze bijen op duurzame wijze in korven kunnen houden.

De biochemicus en National Geographic-onderzoeker Rosa Vásquez Espinoza werkt samen met Delgado en zijn collega’s om meer inzicht te krijgen in deze bijensoorten, de planten die ze bestuiven en de biochemische samenstelling van hun medicinale honing

Lees ook: Wilde bijen maken hun nesten nu van plastic – en wetenschappers weten niet waarom

Boer Heriberto Vela Córdova uit San Francisco, Peru, opent een korf met niet-stekende bijen op zijn boerderij. Imkers houden de insecten in speciale houten kisten, waaruit ze de honing met zo weinig mogelijk schade aan de bijen kunnen halen.

Foto door

Biochemicus Rosa Vásquez Espinoza bekijkt een vrucht van de achiote, die wordt gebruikt voor de winning van verfstof, voor koken en voor de behandeling van constipatie. Zoals veel andere inheemse planten die van commercieel belang zijn, wordt ook de achiote door niet-stekende bijen bestoven.

Foto door

Ze is niet alleen gefascineerd door de insecten en hun producten, maar wil ook het houden van niet-stekende bijen promoten omdat deze activiteit veel voordelen met zich meebrengt voor plaatselijke dorpen die zwaar door de coronapandemie zijn getroffen.

‘Niet-stekende bijen brengen het leven in het Amazone-regenwoud weer terug’ zegt Espinoza, die momenteel haar postdoctorale fellowship aan de University of Michigan afrondt. In een regio die wel wat hulp kan gebruiken, produceren de insecten medicinale honing waarmee de plaatselijke bevolking haar inkomen kan opschroeven en ze bestuiven commercieel belangrijke gewassen.

‘Wondervocht’

De toepassing van honing als geneesmiddel heeft een lange geschiedenis en was vooral in de oudheid zeer populair. Uit bronnen blijkt dat mensen honing hebben gebruikt als balsem, sterke drank, geestverruimend middel of gif. En talloze moderne studies wijzen erop dat honing van gewone honingbijen en van niet-stekende bijen antimicrobiële, ontstekingsremmende en wondgenezende eigenschappen heeft.

De chemische bestanddelen in de honing van niet-stekende bijen verhindert de vermeerdering van microben en schimmels, een evolutionaire aanpassing die voorkwam dat dit kostbare goed in de warme tropen bedierf. Gezien de enorme variëteit aan planten in het Amazonegebied en de ongelooflijke hoeveelheid biochemische bestanddelen die de bijen daardoor in hun honing en was verwerken, is het geen verrassing dat deze honing medicinale eigenschappen bezit. Sommigen noemen de honing van niet-stekende bijen zelfs een ‘wondervloeistof’.

In de tropen worden de honing en de bijenwas uit de korven van diverse soorten niet-stekende bijen nu al gebruikt voor het behandelen van luchtweginfecties, huidaandoeningen, maag-darmklachten en zelfs diabetes en kanker. Hoewel de werking van sommige van deze traditionele heelmiddelen de laatste tijd enigszins wordt onderschreven door wetenschappelijke studies, is verder onderzoek naar de medicinale voordelen van honing dringend nodig, zegt David Roubik, expert in niet-stekende bijen aan het Smithsonian Tropical Research Institute in Panama.

Zie ook: Wist je dat bijen “kunnen praten”?

Een niet-stekende bij voedt zich met de nectar van de araza-plant. Eerste wetenschappelijke onderzoeken wijzen erop dat de vruchten van de araza en de honing die wordt geproduceerd door bijen die deze plant bestuiven, gebruikt zouden kunnen worden voor de behandeling van kanker.

Foto door

‘We gebruiken de honing als voedselproduct en medicijn,’ zegt Heriberto Vela Córdova, een imker uit San Francisco, Peru, die behoort tot de inheemse Kukama-Kukamiria-indianen. ‘Als etenswaar gebruiken we het in de koffie en op brood. Als geneesmiddel gebruiken we het bij bronchitis, longontsteking, brandwonden, gebarsten huid, verkoudheid en artritis.’

Zie ook: 7x prachtige foto's van bijen

Bostovenaars 

Al duizenden jaren verzamelen indianenstammen in de Nieuwe Wereld de honing van niet-stekende bijensoorten. Deze sociale insecten, die tot de geslachtengroep Meliponini behoren, vormen kolonies met een koningin en talloze werkbijen. Zoals de naam al zegt, kunnen deze bijen niet steken omdat ze geen angel hebben en zijn ze daarom minder gevaarlijk om te houden dan bijvoorbeeld de Europese honingbij, die niet inheems is in de Nieuwe Wereld. Maar veel niet-stekende bijen kunnen met hun kaken wel degelijk pijnlijke beten toebrengen.

Omdat er zoveel verschillende soorten niet-stekende bijen bestaan en ze in alle tropische en subtropische regio’s van de wereld voorkomen, kan het houden van deze bijen – ook wel ‘meliponicultuur’ genoemd – een ingewikkelde bezigheid zijn. Afgezien van de Maya’s op het schiereiland Yucatán, die vernuftige methoden bedachten om niet-stekende bijen te houden (methoden die ook nu nog worden toegepast), verzamelden veel indianenstammen de honing door de korven uit het wild mee te nemen.

In Brazilië is de meliponicultuur wijdverbreid en wordt de laatste jaren steeds geavanceerder en populairder. In Peru staat deze activiteit nog in de kinderschoenen, maar ontwikkelt zich nu ook in dat land steeds meer, zegt Breno Freitas, onderzoeker aan de Universidade Federal do Ceará in Brazilië.

Momenteel worden niet-stekende bijen gehouden in de helft van de Peruviaanse deelstaten die in het Amazonegebied liggen, en wel door zo’n honderd families. Veel van die huishoudens zijn door Delgado geïnstrueerd. Hij leert de mensen om de niet-stekende bijen in speciale rechthoekige kisten te houden, waardoor imkers een goede toegang hebben tot de suikerhoudende uitscheidingen van de bijen. Anders dan bij honingbijen wordt de honing van niet-stekende niet in traditionele honingraten bewaard, maar in ronde kamertjes die ‘honingpotjes’ worden genoemd. De imker kan korven opsplitsen en zo meerdere bijenvolken houden, zodat hij een vaste inkomstenbron heeft en hij de honing (en korven) niet langer uit het woud hoeft te halen. Volgens Roubik worden deze waardevolle bestuivers daardoor beter beschermd.

Als het erop aankomt welke planten ze bestuiven, zijn niet-stekende bijen vaak kieskeuriger dan honingbijen. In gebieden waar ze inheems zijn – en waar ze volgens Freitas ook gehouden zouden moeten worden – tonen de bijen zich vaardiger in het bestuiven van inheemse planten, waardoor ze een sleutelrol spelen in de gezondheid van het ecosysteem. Ze dragen ook veel bij aan de landbouwproductie. Uit onderzoek dat in 2020 onder anderen door Delgado werd verricht, is gebleken dat niet-stekende bijen die direct naast akkers worden gehouden, de opbrengst van het lokale gewas camu-camu met bijna vijftig procent kunnen verhogen.

In de jungle 

Delgado, Espinoza en fotografe Ana Elisa Sotelo zochten Córdova en zijn gezin in december 2021 op, om meer te weten te komen over de veertig korven die hij op zijn land heeft staan en de zes verschillende bijensoorten die hij daarin houdt, waaronder ook Melipona eburnea, die ook wel de ‘paddenbekbij’ wordt genoemd.

Sotelo herinnert zich dat de bijen rond zijn hoofd zweefden toen hij in de korven keek. De insecten ‘sloegen heel snel met hun vleugels, zoemden erop los en zaten zonder problemen op ons lichaam,’ vertelt hij. Córdova’s kinderen plukten medicinale planten als verzamelobjecten, waaronder zaailingen van de sangre de grado-boom, waarvan het bloedrode melksap wordt gebruikt voor de behandeling van diarree, diabetes en ontstekingen; de bijen gebruiken de hars van deze boom om er hun korven van te bouwen. Ook bewonderden de kids de felrode vruchten van de orleaanboom, die worden gebruikt voor de winning van verfstoffen en de behandeling van constipatie – en de camu-camu, volgens Espinoza een heerlijk smakende vrucht. Al deze planten worden door niet-stekende bijen bestoven.

Larven van niet-stekende bijen worden in een nest verzorgd. Deze larven ontwikkelden zich niet goed en zouden al snel door onvermoeibare werkbijen uit het nest worden verwijderd.

Foto door

Deze vrouwelijke werkbij maakt zich op om het nest te verlaten en op zoek te gaan naar voedsel. Niet-stekende bijen worden vaak in het wild verzameld om in korven gehouden te worden, maar onderzoekers proberen een duurzamere vorm van meliponicultuur te bevorderen, waardoor de exploitatie van wilde bijen geheel of gedeeltelijk wordt voorkomen.

Foto door

Córdova geeft om meerdere redenen de voorkeur aan niet-stekende bijen boven honingbijen.

‘De inheemse bijen zijn beter om te houden, want ze zijn gedweeër omdat ze niet steken,’ zegt hij. ‘De honing is van een hogere kwaliteit en heeft genezende eigenschappen (...), en anders dan honingbijen bouwen inheemse bijen hun honingpotten van was die ze zelf maken, van de hars die ze uit de bomen halen. Sommige van deze harsen hebben een medicinale werking, zoals de hars van de sangre de grado-boom,’ die voor wondgenezing wordt gebruikt.

Tijdens haar bezoek bij Córdova verzamelde Espinoza enkele honingmonsters, en eenmaal terug in Peru wil ze nog meer monsters vergaren. Ze is van plan om meerdere van deze honingsoorten te onderzoeken op hun chemische en microbiële samenstelling. Daarnaast zal het volgens haar ‘interessant zijn om ook naar het microbioom van de bijen zelf te kijken’ en wil ze meer te weten komen over de planten waarmee de bijen zich voeden.

Volgens Patricia Vit, die aan de Universidad de los Andes in Mérida, Venezuela, onderzoek doet naar niet-stekende bijen, biedt ‘het bestuderen van zeshonderd soorten niet-stekende bijen een eindeloos aantal mogelijkheden voor nieuwe ontdekkingen over hun gedrag en hun keuze voor genezende stoffen uit de natuur, over de verwerking van de honing in het nest en hun samenwerking met microben en over hun productie van farmaceutische honing, pollen en propolis’ (een harsachtige substantie die eveneens door de bijen wordt vervaardigd).

De Córdova’s behoren tot de vele families die een deel van de honing zelf gebruiken en de rest verkopen: per jaar consumeren ze zelf gemiddeld zo’n twintig potten honing en verkopen ze er dertig op plaatselijke markten.

De inkomsten – en ook de medicijnen – die de honing opleveren, zijn broodnodig geweest tijdens de pandemie.

Het is slechts een van de vele manieren waarop de bijen ‘het leven en de gezondheid van het woud en zijn mensen helpen behouden,’ zegt Sotelo.

Volgens Vit staat de mensheid nog maar aan het begin van haar kennis over de bijdrage die niet-stekende bijen zouden kunnen leveren.

En volgens Roubik is verder onderzoek naar de biochemische en medicinale waarde van deze honing hard nodig. ‘We weten nog steeds bar weinig over wat er werkelijk aan de hand is als we het hebben over de medicinale eigenschappen van de honing van niet-stekende bijen.’

De National Geographic Society wijdt zich aan het belichten en beschermen van de wonderen van onze wereld en financiert het werk van National Geographic-onderzoeker Rosa Vásquez Espinoza. 

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Dieren
Sinds 2006 niet meer waargenomen hommel op lijst van bedreigde diersoorten
Dieren
Een kwart van de bijensoorten is sinds de jaren negentig niet meer waargenomen
Dieren
Hoe dieren hun leiders kiezen – van bruut geweld tot democratie
Dieren
Bijen gebruiken ‘werktuigen’ om hoornaars af te schrikken
Dieren
Verrassend: hommels bijten in planten om ze vroeger te laten bloeien

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.