Insecten verdwijnen razendsnel. Maar we kunnen ze nog redden

Insecten zijn niet alleen maar vervelende binnendringers maar van cruciaal belang voor de planeet en voor onze voedselvoorziening. Volgens experts kunnen we allemaal iets doen om ze te helpen.

Gepubliceerd 13 jan. 2021 15:41 CET, Geüpdatet 13 jan. 2021 16:51 CET
Tijdens veldwerk in Ecuador worden nachtelijke insecten verzameld met behulp van een verlicht doek.

Tijdens veldwerk in Ecuador worden nachtelijke insecten verzameld met behulp van een verlicht doek.

Foto van David Liittschwager, National Geographic

Elk jaar neemt het aantal insecten dat in bepaalde streken op aarde voorbijvliegt, rondkruipt of in de grond leeft weer met een paar procentpunten af. Dat betekent dat in gebieden waar de achteruitgang zeer sterk is, er in de afgelopen twintig jaar misschien wel een derde van alle insectensoorten is verdwenen.

Dat is het slechte nieuws zoals wetenschappers dat afgelopen maandag in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS) hebben gepubliceerd. Tientallen experts op het gebied van insecten (entomologen) droegen bij aan een reeks rapporten in dat vakblad over de stand van zaken rond insectenpopulaties in de hele wereld.

Het goede nieuws, áls er al sprake is van goed nieuws, is dat niet alle insecten zo snel in aantallen achteruitgaan. Sommige soorten doen het zelfs prima. Belangrijker nog: volgens onderzoekers hebben we de kans om het gezoem en geritsel van deze grootste en meest gevarieerde groep dieren op aarde niet te laten verstommen.

Geschat wordt dat de wereld van de insecten zo’n tien miljoen soorten omvat, en de meeste daarvan worden met meerdere problemen tegelijk geconfronteerd, van ontbossing, klimaatverandering en invasieve soorten tot industriële landbouw en zelfs lichtvervuiling.

(Lees ook: Lichtvervuiling: het belang van een donkere hemel)

“Een langzame dood door duizend sneetjes” is hoe David Wagner, entomoloog aan de University of Connecticut, de boodschap van het nieuwe rapport omschrijft.

Robuuste insectenpopulaties zijn van vitaal belang, om redenen die variëren van de belangrijke rol die deze dieren in de voedselverzorging in de wereld spelen tot de bloemen in je achtertuin die ze door middel van bestuiving creëren. Hoewel de meesten van ons liever niet al te veel van deze beestjes tegenkomen, kan hun rol in ons bestaan niet worden overschat. Noch de noodzaak om ze uit alle macht te redden, zeggen wetenschappers.

“Zoals met alle andere onderdelen van de natuur gaat het niet goed met de insecten in de wereld,” zegt Matthew Forister, insecten-ecoloog aan de University of Nevada in Reno en een van de auteurs van het nieuwe rapport. “Maar het is duidelijk dat insecten de kans hebben om zich te herstellen. De situatie is grimmig, maar het is nog niet te laat.”

Niet overdrijven

Berichten over het verdwijnen van insecten zijn niet nieuw. In de afgelopen jaren is er in een groeiend aantal onderzoeken en artikelen op heel verschillende wijze aandacht voor dit probleem gevraagd – van onheilspellende rampscenario’s tot rapporten waarin de ondergang van insectenpopulaties in de wereld juist werd tegengesproken.

Wagner en andere wetenschappers die aan het nieuwe rapport hebben bijgedragen, willen zeker niet overdrijven en hebben daarom zo veel mogelijk verschillende studies over de huidige stand van zaken van insectenpopulaties onderzocht.

Volgens Wagner “gaat het hier om een veel terughoudender, nauwgezetter en kritischer beoordeling” dan sommige van de eerdere rapporten, waarin de enorme insectensterfte in sommige regio’s werd geprojecteerd op de aarde als geheel.

Een gevlekt resedawitje (Pontia protodice) voedt zich met de nectar van een Texas-ijzerhard.

Foto van Rolf Nussbaumer, Nature Picture Library    

Verdwijnen insecten in een alarmerend snel tempo? Ja, zegt Wagner. Ligt het iets ingewikkelder dan de aanstaande ondergang van alle insecten? Ja, ook dat.

Als voorbeeld wijst ecoloog Forister, die onderzoek doet naar vlinders in de westelijke VS, op twee soorten die zich in zeer verschillende situaties bevinden.

De parelmoervlinder Agraulis vanillae, die in de hele zuidelijke VS, Mexico en Midden-Amerika voorkomt, doet het nu uitstekend in Californië omdat daar zijn waardplant – de passiebloem, een populaire sierplant – wordt verbouwd.

Daarentegen was het groot marmerwitje Euchloe ausonides, dat zich voedt met de nectar van invasieve mosterdplanten, wijdverbreid totdat zijn populaties plotseling instortten, waarschijnlijk door de driedubbele uitwerking van de klimaatverandering, habitatverlies en pesticiden.

In zijn studie richt Forister zich vooral op de invloed van de klimaatverandering op vlinders. Veel soorten worden bedreigd door bosbranden, droogten en extreme weersepisoden. In eerdere beoordelingen werd gesteld dat vlinders in bergregio’s hun verspreidingsgebied simpelweg naar hoger of lager gelegen gebied verlegden om daar van de betere omstandigheden te profiteren, maar dat lijkt niet het geval te zijn, althans niet voor alle soorten vlinders.

Andere soorten, waaronder de beroemde monarchvlinder, deden het beter dan verwacht gedurende de zomers van 2011 tot 2015, toen ze door het warmere weer meer tijd hadden om zich voort te planten. Maar dat maakte overigens geen einde aan de gestage achteruitgang van de westelijke populatie monarchvlinders in de VS. (Lees ook waarom de ‘westelijke’ monarchvlinder niet als bedreigde soort wordt aangewezen.)

Hoe wij kunnen helpen

Tussen de rampzalig klinkende statistieken door denken Forister en Wagner redenen tot hoop te zien.

Zo heeft Duitsland voor het jaar 2019 honderd miljoen euro gereserveerd voor het behoud van en onderzoek naar insectenpopulaties. En Costa Rica steunt internationale organisaties met een bedrag van ruim tachtig miljoen euro voor het inventariseren en gedeeltelijk sequentiëren van het DNA van “alle meercellige wezens in het land, gedurende tien jaar.” Dat project zal vooral van groot belang zijn voor talloze onbekende tropische insecten, schrijft Wagner in zijn inleidende essay bij het nieuwe rapport.

Ook amateur-wetenschappers doen steeds meer om de informatie over insectenpopulaties op aarde uit te breiden. De app iNaturalist, die gebruikers in staat stelt om foto’s ter identificatie en classificatie te uploaden, is inmiddels een van de belangrijkste gereedschappen voor het observeren van insecten.

Oplossingen voor grootschalige problemen als de klimaatverandering vereisen doorgaans nieuwe wetgeving en nieuw beleid, maar volgens Wagner en Forister kunnen mensen ook individueel een bijdrage leveren aan het behoud van insecten in hun achtertuintje, wijk of wijdere omgeving. 

Een van de benaderingen is het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen op gazons. Nog beter is het om iets van dat gazon om te toveren in natuurlijke habitat. Alleen al in de VS zou de totale habitat voor insecten met meer dan anderhalf miljoen hectare kunnen toenemen als elk huishouden, elk park en elke school tien procent van zijn gazons in natuurlijke habitat zou omschoffelen, schrijft entomoloog Akito Y. Kawahara van de University of Florida in Gainesville in het rapport in PNAS. Dat kan door op zulke stukjes grond wilde planten te laten groeien en ook door het afzwakken van kunstmatige verlichting, waardoor nachtelijke insecten vaak worden aangetrokken en gedood.

Volgens Lusha Tronstad, zoöloge op het gebied van gewervelde dieren bij de Wyoming Natural Diversity Database, is het nog eenvoudiger om in de herfst in je tuin wat stukjes niet-begroeide aarde met takjes erin te creëren, zodat bijen daar hun nesten kunnen graven. Tronstad doet onderzoek naar het verdwijnen van de westerse hommel en was niet betrokken bij het nieuwe rapport. Volgens haar kun je ’s winters beter niet de gevallen bladeren uit de tuin verwijderen.

“Mensen mogen gerust wat luier zijn, want dat komt ten goede aan de insecten,” zegt zij. 

Tronstad zegt ook dat het lot van een insectensoort in korte tijd kan verslechteren of verbeteren. Zo is het aantal westerse hommels in slechts twintig jaar met 93 procent afgenomen.

Intussen reageert het bedreigde Karner-blauwtje, dat zijn officiële naam te danken heeft aan schrijver en entomoloog Vladimir Nabokov, goed op maatregelen ter behoud van deze soort, zegt Wagner. De kleine vlinder werd lange tijd in zijn voortbestaan bedreigd door brandbestrijdingstactieken en projectontwikkelingen in zijn zanderige habitat, die zich uitstrekt van de Grote Meren tot New England. De aanplant van lupine – waarvan het Karner-blauwtje als larve en volgroeid insect afhankelijk is – en andere verbeteringen van zijn habitat lijken te helpen.

Kunnen de ergste gevolgen van de klimaatverandering worden vermeden met kleine, individuele stappen, zoals het beperken van het gebruik van bestrijdingsmiddelen op het gazon? Nee, zegt Forister. Maar voor de plaatselijke insectenpopulatie in jouw omgeving kan het wél veel uitmaken, want al dat soort stapjes vormen tezamen een belangrijke bijdrage.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.