Terwijl sneeuw het dagelijks leven ontregelt, passen wij ons snel aan met dikke jassen en stevige schoenen. Voor dieren is winterkou geen tijdelijk ongemak, maar een kwestie van overleven. Toch hebben sommige soorten verrassend slimme aanpassingen ontwikkeld om sneeuw en vorst te trotseren.
1. De poolvos wisselt van vacht met het seizoen
De poolvos (Vulpes lagopus) leeft in de Arctische toendra’s en kustgebieden van het Hoge Noorden. Met een dik pak sneeuw zou zijn grijze zomervacht daar gemakkelijk opvallen bij roofdieren als wolven of steenarenden. Daar heeft het dier een slimme oplossing voor: in de winter krijgt hij een dikke, spierwitte vacht die hem vrijwel onzichtbaar maakt in de sneeuw.
Leestip: Slimme evolutie: Deze 6 dieren zijn gemaakt voor extreme omstandigheden
Diezelfde vacht isoleert zo goed dat hij temperaturen lager dan -50 graden Celsius kan doorstaan. In de zomer verandert de vacht opnieuw van kleur en structuur, waardoor de vos beter opgaat in de rotsachtige toendra.
2. De alpensneeuwhoen groeit ‘sneeuwschoenen’
Het alpensneeuwhoen (Lagopus muta) leeft in koude berggebieden en het Hoge Noorden, waar sneeuw maandenlang blijft liggen. Net als de poolvos wisselt het dier van kleur: in de winter is zijn verenkleed spierwit, waardoor hij gemakkelijk opgaat in de omgeving. Maar ook de poten van deze vogel passen zich aan de sneeuw aan.
In de winter groeien aan zijn tenen dichte, donzige veren die werken als natuurlijke sneeuwschoenen. Ze vergroten het oppervlak van de poten, waardoor het sneeuwhoen minder diep wegzakt in de sneeuw. Tegelijk houden die veren een extra laagje lucht vast, wat voor isolatie zorgt. Zo kan deze vogelsoort zich ongehinderd over een dik pak sneeuw voortbewegen.
3. De boskikker bevriest en komt weer tot leven
De boskikker (Lithobates sylvaticus) staat bekend om een van de extreemste winteraanpassingen in het dierenrijk. Wanneer de temperatuur daalt, kan deze kikker voor een groot deel bevriezen. Zijn hart stopt met kloppen en tot wel zeventig procent van zijn lichaamswater verandert in ijs.
Leestip: Waarom houden sommige dieren een winterslaap en andere niet?
Toch overleeft hij dit proces. Suikers zoals glucose werken als een natuurlijk antivriesmiddel en beschermen cellen tegen schade. Zodra het in het voorjaar dooit, ontdooit de kikker en hervat hij zijn leven alsof er niets is gebeurd.
4. De bruine kikker overwintert onder water
De bruine kikker (Rana temporaria) is een van de weinige Europese amfibieën die actief kan blijven bij zeer lage temperaturen. In de winter trekt hij zich terug naar sloten en poelen, waar hij onder water overwintert. Omdat water minder snel bevriest dan de lucht erboven, blijft de kikker beschermd tegen extreme kou. In deze periode neemt hij zuurstof niet via zijn longen op, maar grotendeels via zijn huid.
Ook in Nederland en België komt de bruine kikker veel voor, vaak zelfs in vijvers in achtertuinen. Je kunt het dier een handje helpen door blad en slib uit je vijver te verwijderen: zo blijft het zuurstofgehalte hoger, wat de kikker helpt om de winter door te komen. Een opening in een dichtgevroren vijver kan daarbij ook van groot nut zijn.
5. De veldmuis gebruikt sneeuw als schuilplaats
Net als de bruine kikker komt ook de veldmuis (Microtus arvalis) veel voor in Nederland en België. Wanneer de winter aanbreekt blijft dit dier verrassend actief, zelfs wanneer er een dik pak sneeuw ligt.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Onder de sneeuwlaag loopt een netwerk van gangen en looppaadjes, net onder het oppervlak. Die sneeuw werkt als een isolerende deken: de temperatuur daaronder blijft stabieler dan erboven, waardoor de veldmuis beschermd is tegen strenge vorst en gure wind. Zijn compacte lichaamsbouw en kleine oren beperken bovendien het warmteverlies.
6. Rendieren krijgen andere ogen in de winter
Rendieren (Rangifer tarandus) hebben een opvallende winteraanpassing: hun ogen veranderen van kleur. In de zomer zijn die goudachtig, waardoor ze scherp en gedetailleerd kunnen zien tijdens lange dagen met veel licht. Naarmate de winter nadert en de dagen korter worden, verandert ook hun manier van kijken.
In de winter kleuren de ogen van rendieren diepblauw. Daardoor wordt meer blauw licht teruggekaatst naar het netvlies. Het beeld is minder scherp, maar contrasten springen sterker naar voren. Zo kunnen rendieren lichte korstmossen onder de sneeuw beter onderscheiden en zien ze ook roofdieren die door het witte landschap sluipen eerder aankomen.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!


