Geschiedenis en Cultuur

Dit slot staat bekend als het kasteel van Dracula

Bram Stoker zette nooit een voet in Transsylvanië, laat staan in Kasteel Bran.Tuesday, October 2, 2018

Door Amy Alipio
Sommige historici denken dat Vlad de Spietser hier ooit de nacht doorbracht.

Dracula heeft hier geslapen. Maar misschien ook niet.

Kasteel Bran staat eenzaam op een heuvel in Transsylvanië. De roodbruine torens en daken steken uit boven de bomen in de Roemeense Karpaten. Afhankelijk van welk verhaal je leest, zou Vlad Tepes, ook wel bekend als Vlad de Spietser, ooit twee nachten als gevangene hebben doorgebracht in dit veertiende-eeuwse slot, of zou hij het ooit hebben aangevallen.

Harnassen bewaken de muren van Kasteel Bran.

De Ierse schrijver Bram Stoker gebruikte deze prins uit de vijftiende eeuw als inspiratiebron voor zijn fictieve vampier met de scherpe tanden. De historische figuur dankte zijn bijnaam aan zijn gewoonte om zijn tegenstanders op staken te spietsen, bij wijze van waarschuwing. Inmiddels reizen bezoekers uit de hele wereld af naar het binnenland van Transsylvanië, voor een stukje griezelbeleving aan de hand van het boek van Stoker. Touroperators boeken Kasteel Bran vaak voor Halloweenfeesten, met ‘bloody’ wodkashotjes en een dj.

Maar Stoker zette nooit een voet in Transsylvanië, laat staan in Kasteel Bran. Hoe raakte het slot dan bekend als het kasteel van Dracula?

“In de jarige zestig, toen Roemenië onder een communistisch bewind stond, bedachten de toerisme-hotemetoten dat het slim zou zijn om een plek in verband te brengen met Vlad Tepes,” vertelt lokale historicus Nicolae Pepene. “Ze bekeken welke kastelen in aanmerking zouden kunnen komen. Het kasteel van Bran, dat uitkeek over de enige bergpas tussen Transsylvanië en Walachije, zag er Gotisch genoeg uit, concludeerden ze. (Extra voordeel: Poiana Brașov, een populair skioord, ligt nog geen vijftien kilometer verderop.)

Op een maanloze herfstnacht doet het imposante kasteel misschien aan als de plek waar de Prins der duisternis zich ophoudt, maar overdag ziet het er eerder uit als een verblijf voor een koningin. En dat was het dan ook. Koningin Marie van Edinburgh mocht het kasteel met zijn 57 kamers van 1920 tot 1938 haar thuis noemen. Achter de dikke muren blijkt het kasteel talloze gezellige kamers, hoekjes en doorkijkjes te herbergen, een binnenplaats met balkons en een put, en zelfs een geheime trap naar een bibliotheek met houten panelen.

“De eenzaamheid sprak me aan,” aldus de excentrieke hoogheid, een kleindochter van Koningin Victoria van Engeland.

Eerlijk gezegd zijn de griezeligste voorwerpen hier de kitscherige Vlad-souvenirs, die op de begane grond van het kasteel worden verkocht: bierpullen met hoektanden, bloederige T-shirts en flessen met Dracula's bloedwijn.

“Het maakt ons niet uit of de kasteelbezoekers denken aan de mythe van Dracula of aan de verhalen over Koningin Marie van Edinburgh,” bekent Pepene. “Uiteindelijk zijn ze hierheen gekomen om iets van de geschiedenis te beleven.”

Amy Alipio is senior editor bij het National Geographic Traveler magazine. Volg haar op reis via Twitter en Instagram.

Lees ook: Luguber ‘Museum of Death’ is must-see voor misdaad liefhebbers

Lees ook: Archeologen denken vampierbegrafenis te hebben ontdekt

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com