Geschiedenis en Cultuur

Raadsels rond een meesterwerk: wat weten we over de Mona Lisa?

Leonardo da Vinci wilde nooit afstand doen van zijn ‘Gioconda’. Of heeft hij meer exemplaren gemaakt, zoals sommige historici nu beweren?dinsdag 16 oktober 2018

Door JESÚS F. PASCUAL MOLINA, KUNSTHISTORICUS
Over het gezicht van Mona Lisa lopen een half miljoen craquelures, barstjes in de verf. Haar kleuren zijn donkerder geworden door het voortschrijden van de tijd en door de invloed van steeds nieuwe lagen vernis.

Dit verhaal verscheen in National Geographic Historia editie 4, 2018.

Het portret van Lisa Gherardini, de vrouw van Francesco del Giocondo, hangt, omgeven door zware veiligheidsmaatregelen, in zaal zes op de eerste verdieping van de Denonvleugel in het Musée du Louvre in Parijs. Het kunstwerk is op een houten paneel geschilderd en meet 77 bij 53 centimeter. Het valt niet mee het olieverfschilderij van de hand van Leonardo da Vinci, beter bekend als Mona Lisa of La Gioconda, op je gemak te bekijken. Het is altijd omringd door een schare toeristen. Met hun camera en telefoon in de hand verdringen ze elkaar om een foto te maken – of liever nog een selfie –van dit icoon van de kunstgeschiedenis.

Da Vinci maakte deze tekening, waarvan wordt aangenomen dat het een zelfportret is, in zijn Milanese tijd, rond 1512. Biblioteca Reale, Turijn.

De Mona Lisa heeft altijd veel aanzien gehad, maar is ook omgeven door vraagtekens. Wat we weten is het volgende: rond 1503 begon Da Vincite werken aan het portret van een Florentijnse dame, Lisa Gherardini, de echtgenote van de koopman Francesco del Giocondo. Mogelijk wilde die een portret van Lisa laten schilderen omdat ze een nieuw huis betrokken, of misschien was de geboorte van hun tweede kind in 1502 de aanleiding. In 2005 werden in de bibliotheek van de universiteit van Heidelberg aantekeningen ontdekt, die in oktober 1503 door de Florentijn Agostino Vespucci in de kantlijn van een boek van Cicero waren gemaakt. Daarin moppert Vespucci op Da Vinci omdat deze zijn schilderijen niet afmaakt, en ook valt uit de aantekeningen op te maken dat de schilder rond die datum bezig was aan een ‘portret van Lisa del Giocondo’.

Daarmee lijkt een definitief antwoord te zijn gegeven op de vraag wie de vrouw is die op het olieverfschilderij in het Louvre staat, een onderwerp waar eeuwenlang discussie over is geweest. Toch houden ook nu sommige deskundigen nog steeds vol dat de vrouw op het schilderij iemand anders is. Door de jaren heen zijn veel suggesties gedaan wie het kan zijn. Zo is zelfs geopperd dat het een zelfportret in travestie van de schilder is.

Een indrukwekkend kunstwerk

De Mona Lisa raakte bekend doordat mensen het werk bij de schilder in zijn atelier zagen. Algauw werden er kopieën gemaakt. Zo tekende Rafaël het werk in 1504 na. Die tekening wordt ook in het Louvre bewaard. De tekening van Rafaël diende op haar beurt kennelijk weer als basis voor zijn portret van Maddalena Donu, van rond 1506. Dat lijkt zowel qua lichaamshouding van de geportretteerde als qua compositie op La Gioconda. (Bekijk de andere 'Gioconda's' in de fotogalerij)

bekijk galerij

Het duidelijkste blijk van de invloed die de Mona Lisa had op de schilders van de Renaissance zien we in Le Vite (De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten) van Giorgio Vasari, uitgegeven in 1550. Vasari, die zelf ook een bekend schilder was, schreef het volgende over het beroemde schilderij van Da Vinci: ‘Iedereen die wil zien in welke mate de kunst de Natuur kan imiteren, kan dat aan dit portret aflezen, want alle details die maar geschilderd kunnen worden, waren heel verfijnd bij haar te zien. De ogen hadden de glans en vochtigheid die je bij echte ogen ziet, en eromheen waren de rozige tinten en oogharen, die alleen geschilderd kunnen worden door iemand die over een zeer verfijnde techniek beschikt (...). De neus, met de tere roze neusgaten, leek wel echt. De mond, met zijn opening en met de mondhoeken waar het rood van de lippen en de blozende kleur van het gezicht bij elkaar komen, leek niet geschilderd maar levend te zijn. In het kuiltje van de hals zag men, als men aandachtig keek, het bloed kloppen. Men kan werkelijk zeggen dat het geschilderd is op een wijze die elke imitator doet sidderen en vrezen.’

In 1863 verbeeldde Cesare Macari het scheppingsproces van La Gioconda, zoals Giorgio Vasari het in 1550 had beschreven.

Het is niet voor niets dat het portret al in de 16de eeuw zo beroemd was. Zoals Vasari zegt, ligt het unieke van het werk in het verismo, in het feit dat het zo erg op de werkelijkheid lijkt. Dat het er zo levendig uitziet, komt grotendeels door de techniek die de meester hanteerde, gebaseerd op het sfumato (letterlijk verdamping). Deze techniek met transparante kleurlagen laat contouren vervagen en schaduwen versmelten. Het geheel levert een effect op van weinig gedefinieerde, bijna vage, objecten. Dat komt door de lucht die er is tussen degene die kijkt en degene die wordt bekeken. In Da Vinci’s eigen woorden: ‘De veelheid aan lucht maakt de vorm van deze objecten minder duidelijk, en daardoor worden de kleinste details onzichtbaar en onherkenbaar’. Bovendien heeft de schilder ernaar gestreefd om in het schilderij méér te laten zien dan alleen het uiterlijk van het model. Da Vinci toont ons haar psyche, haar eigenschappen en zelfs haar deugden. Heeft de bijnaam van het werk, La Gioconda, misschien te maken met het Italiaanse bijvoeglijk naamwoord giocondo, dat vrolijk, blij of gelukkig betekent?

Twee Mona Lisa's?

Da Vinci hield het schilderij aanvankelijk altijd bij zich. Toen hij in dienst trad van Frans I van Frankrijk nam hij het portret mee. De Franse koning kocht het in 1518 van hem, waardoor het deel ging uitmaken van de kunstcollectie van het Franse hof. In 1797 werd het ondergebracht in de verzameling van het toen pas opgerichte Musée du Louvre. Korte tijd later, in 1800, wilde Napoleon het werk in zijn slaapkamer in het Tuilerieënpaleis hebben. Daar heeft het een paar jaar gehangen, tot het in 1804 terugging naar het Louvre.

Het is echter niet zeker dat het werk in het Louvre hetzelfde schilderij is dat Vasari beschreef. In 1517 hadden kardinaal Luigi van Aragón en zijn secretaris Antonio de Beatis de gelegenheid het werk te bekijken in het Franse atelier van Da Vinci, naast het koninklijk kasteel in Amboise. Daar vertelde de schilder hen, zo beschreef De Beatis, dat het ging om het portret van ‘een zekere dame uit Florence’, en dat hij het in opdracht had gemaakt voor Giuliano de’ Medici. Het zou een van diens minnaressen zijn. 

Dit roept de vraag op of Vespucci en Vasari er misschien naast zaten of dat er meer dan één portret in het spel is. In elk geval maakt de kunsttheoreticus Giovanni Paolo Lomazzo in zijn uit 1584 stammende boek over kunst melding van twee verschillende werken. Het ene noemt hij La Gioconda, het andere Mona Lisa. Dit zou een fout kunnen zijn, maar het blijft de deskundigen intrigeren. Bovendien vermeldt Vasari in zijn beschrijving de wenkbrauwen en wimpers van de vrouw op het schilderij – ‘aan de wenkbrauwen was te zien hoe de haartjes uit de huid groeiden, op sommige plekken voller en op andere schaarser ingeplant, en hoe ze gedraaid waren al naar gelang de poriën van de huid, ze zagen er zeer realistisch uit’- maar op het werk in het Louvre zijn zulke details helemaal niet te zien. Het zou kunnen dat Leonardo het werk zolang bleef aanpassen en overschilderen dat hij een deel van de verflagen waar het portret uit bestaat, heeft laten verdwijnen. Maar het kan ook zijn dat het niet om hetzelfde schilderij gaat.

ISABELLA D'ESTE. tekening van de hand van Leonardo Da Vinci uit ongeveer 1500. Louvre, Parijs

En als het iemand anders was?

In de loop van de eeuwen hebben veel schrijvers beweringen gedaan over de identiteit van de vrouw die door Da Vinci is geportretteerd. Sommige geleerden kwamen tot de conclusie dat achter debe­ roemdste glimlach uit de geschiedenis van de schilderkunst, de moeder van de kunstenaar schuilgaat, of een als vrouw verklede man, misschien zelfs Da Vinci zelf. Deze hypotheses, die werden onder­ steund door de analyse die Sigmund Freud maakte van Da Vinci en zijn werk, stellen dat de kunstenaar zijn seksualiteit sublimeerde in de kunst. Dat zou de reden zijn waarom hij tot aan zijn dood nooit van dit schilderij wilde scheiden. Ook is naar aanleiding van de bewering van Antonio de Beatis, die schreef dat het ging om het portret van een Florentijnse vrouw, geschil­derd in opdracht van Giuliano de’ Medici, gezocht naar een minnares van deze edelman. Dat zou een aristocratische dame moeten zijn, Costanza d’Avalos bijvoorbeeld, of Isabella d’Este, Caterina Sforza of Isabella van Aragón of nog iemand anders. Maar geen van hen was Floren­tijns, en als een van deze adellijke dames de maîtresse zou zijn geweest van Giuliano, zou dat niet geheim zijn gebleven.

Bekijk de andere 'Gioconda's' in de fotogalerij

Lees ook: 'naakte Mona Lisa'-schets mogelijk van meester Da Vinci

Meer lezen over de mysteries rondom de Mona Lisa? Lees het hele verhaal in National Geographic Historia editie 4, 2018.