Eeuwenlang gold de diepblauwe Hopediamant als een van de kostbaarste juwelen ter wereld. Maar begin twintigste eeuw sloeg bewondering om in angst: eigenaren raakten failliet, werden ziek of stierven onder mysterieuze omstandigheden. Al snel ging het verhaal rond dat er een vloek op de diamant rustte. Hoe ontstond die reputatie – en hoeveel daarvan klopt echt?

Van Indiase mijn tot Frans kroonjuweel

In de zeventiende eeuw werd in de Kollurmijn, in het toenmalige sultanaat Golconda in Zuid-India, een uitzonderlijk grote, blauwglanzende diamant gevonden. De steen kwam terecht bij de Franse handelaar Jean-Baptiste Tavernier, die de diamant in 1666 kocht als ruw geslepen driehoek met een gewicht van ongeveer 23 gram.

De bijzondere vondst kreeg niet meteen de naam Hopediamant, maar stond bekend als de Tavernier Blue. Jean-Baptiste Tavernier nam de diamant mee naar Parijs, waar hij de steen presenteerde aan Lodewijk XIV. De koning toonde direct belangstelling en kocht het pronkstuk maar al te graag over.

de hopediamant
The Washington Post//Getty Images
De huidige waarde van de Hopediamant wordt geschat op 170 tot 300 miljoen euro.

Lodewijk XIV liet de steen later slijpen tot de zogenoemde French Blue, die onderdeel werd van de Franse kroonjuwelen. De diamant ging vervolgens generaties lang over van vorst op vorst, totdat de Franse Revolutie uitbrak. In 1791 werden de kroonjuwelen gestolen, waaronder ook de French Blue. De laatste koninklijke eigenaren, Lodewijk XVI en Marie-Antoinette, werden twee jaar later door middel van de guillotine geëxecuteerd.

Hoe de diamant zijn beruchte reputatie kreeg

De dood van Lodewijk XVI wordt vaak gezien als het begin van de vermeende tegenspoed rond de Hopediamant. Rond 1812 dook de diamant opnieuw op, ditmaal in Engeland. Mogelijk was de steen in deze periode korte tijd in bezit van koning George IV.

Leestip: De Vliegende Hollander - is zijn identiteit eindelijk ontrafeld?

George IV stierf uiteindelijk met aanzienlijke schulden, waarna de Britse Kroon de diamant discreet zou hebben doorverkocht. Zo kwam de steen terecht bij de bankiersfamilie Hope, aan wie de diamant zijn huidige naam ontleent.

In de Verenigde Staten wisselde de kostbare steen vervolgens meerdere keren van eigenaar, tot deze in 1911 in handen kwam van de Amerikaanse societyfiguur Evalyn Walsh McLean. Bij haar werd de vloek pas echt berucht.

De ‘vloek’ wordt wereldnieuws

Rond het Victoriaanse tijdperk begonnen losse verhalen te circuleren over het onheil dat de Hopediamant zou veroorzaken. Westerse schrijvers in deze periode waren gefascineerd door exotische mystiek, zoals de vermeende ‘vloek van Toetanchamon’, en werkten geruchten en anekdotes uit tot steeds uitgebreidere legendes.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

In 1908 publiceerde The Washington Post een artikel met de titel ‘The Hope Diamond Has Brought Trouble to All Who Have Owned It’. Toen de diamant in bezit kwam van Evalyn Walsh McLean, maakte zij dankbaar gebruik van die publiciteit.

In Washington D.C. stond McLean bekend als een excentrieke figuur, die de Hopediamant demonstratief droeg bij vrijwel elke gelegenheid. Vrienden en andere prominente figuren uit haar sociale kring raakten gefascineerd door de ‘vervloekte’ steen.

evalyn walsh mclean in een koets met haar hond
Library of Congress//Getty Images
Volgens sommige verhalen pronkte Evalyn Walsh McLean zo graag met de Hopediamant dat ze hem zelfs om de nek van haar hond bond.

Maar al snel stapelden de persoonlijke tegenslagen zich op rond McLean. Ze verloor een zoon, haar man kreeg ernstige mentale problemen en ze stierf relatief jong. Verhalen over de vermeende vloek, die al bij een breed publiek bekend was, kregen daardoor alleen maar meer aandacht. McLean groeide zo uit tot de bekendste ‘slachtoffer-eigenares’ van de diamant.

Verzonnen slachtoffers en aangedikte verhalen

Om de mythe van de diamant nog dreigender te laten klinken, werden in de loop van de tijd ook fictieve eigenaren bedacht, ieder met een eigen noodlottig verhaal. Zo zou diamantsnijder Wilhelm Fals na het slijpen van de Hopediamant zijn vermoord door zijn zoon Hendrik. Die zou er vervolgens met de diamant vandoor zijn gegaan en later zelfmoord hebben gepleegd.

Ook andere namen doken op in het vloekverhaal. François Beaulieu, die de steen van Hendrik zou hebben ontvangen, zou zijn verhongerd. Een Russische prins genaamd Kanitowski zou de diamant hebben uitgeleend aan de Franse actrice Lorens Ladue, om haar vervolgens op het podium dood te schieten. De Griekse koopman Simon Maoncharides zou met de diamant in zijn bezit van een afgrond zijn gereden.

Leestip: Eeuwenoud VOC-mysterie: hoe liep het af met de bemanning van de Vergulde Draeck?

Deze personen en gebeurtenissen zijn historisch nauwelijks te verifiëren en duiken vooral op in krantenartikelen uit het begin van de twintigste eeuw, toen de vloek rond de Hopediamant aan populariteit won. De verhalen werden daarbij steeds gruwelijker van toon.

Tegenwoordig bevindt de Hopediamant zich nog altijd in de Verenigde Staten. De blauwe steen is te bewonderen in het National Museum of Natural History in Washington D.C. Volgens museumcuratoren heeft de diamant het museum tot nu toe vooral ‘geluk’ gebracht: hij trok miljoenen bezoekers en vormde het startpunt van een van ’s werelds belangrijkste edelstenencollecties.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!