Snotteren, hoesten en koorts: het is griepseizoen in Nederland en België. In het Europa van de vijftiende eeuw had je daar een opmerkelijk middel voor kunnen krijgen: Egyptische mummie. Eeuwenlang beschouwden Europeanen gebalsemde lichamen niet als archeologische schatten, maar als medicijn. Mummie zou helpen tegen hoofdpijn, maagklachten en zelfs kanker. Hoe kon zo’n bizarre geneeswijze zo lang standhouden?
Mumia of mummies?
Het eten van delen van Egyptische mummies begon in de elfde eeuw. Hoe de middeleeuwse Europeanen op dat idee kwamen? Door een reeks misvattingen en een onjuiste vertaling, zegt geschiedkundige Karl Dannenfelt.
Dit onsmakelijke verhaal draait eigenlijk om één woord: mumia. Een stroperige substantie van koolwaterstoffen, tegenwoordig beter bekend als teer, asfalt of pek. Mumia werd gevonden in Perzië, waar het goedje werd vernoemd naar het lokale woord voor was, mum, en waar het geroemd werd om zijn geneeskrachtige werking. Het werd in de Arabische wereld gebruikt als medicijn en was duur, moeilijk te krijgen én doeltreffend.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
Toen Europeanen teksten uit de islamitische wereld begonnen te vertalen, leidde een simpele fout tot wijdverspreide verwarring over mumia. Volgens Dannenfelt constateerden vertalers in de elfde en twaalfde eeuw ten onrechte dat mumia werd gewonnen uit de lichamen in Egyptische tomben.
Gebalsemd met asfalt
Een deel van de verwarring heeft te maken met de gelijkenis tussen de woorden mumia en mummie, maar ook dat sommige Egyptische mummies met asfalt werden gebalsemd.
Leestip: Rosalia Lombardo: wat is het geheim achter ’s werelds mooiste mummiekind?
Onderzoekers weten inmiddels dat dit proces slechts bij enkele mummies werd toegepast. Maar de vroegere Europeanen associeerden mumia wél met de gebalsemde lichamen uit het oude Egypte, in plaats van het asfalt uit Perzië.
Een honger naar genezing
Het eten van het menselijk lichaam voor de gezondheid bestond al voordat mummies in het Europa van de Middeleeuwen op het menu kwamen: zo geloofde men in de Klassieke Oudheid dat het bloed van gladiatoren epilepsie kon genezen.
Mumia werd voorgeschreven als middel tegen allerlei kwalen, van hoofdpijn tot hartaanvallen. Het zorgde ervoor dat mummies erg gewild waren. Hoewel de Egyptische regering de verkoop van mummies in 1580 verbood, bleef de vraag naar mummies bijzonder hoog. Dit leidde er al snel toe dat er in neppe mummies werd gehandeld.
Mummies als miljoenenbusiness
Lijkrovers veranderden verse lichamen in mummies, in de hoop om zo een slaatje uit de mumia-hype te slaan. ‘Ze stalen ’s nachts de lichamen van mensen die waren opgehangen’, zo schreef de Franse chirurgijn Ambroise Paré in 1582.
‘Vervolgens werden de lijken gebalsemd met zout en kruiden, gedroogd in een oven en verpulverd tot een poeder voor apotheken’. Het was een verboden, maar lucratieve handel: een kilo mummie kon in 1854 wel twintig Franse franc opleveren.
Leestip: Mummificatie vóór de dood: het huiveringwekkende ritueel van Japanse monniken
In de Renaissance ontdekten geleerden de verwarring tussen de termen mumia en mummie, en stopte men langzaam met het voorschrijven van medicijnen op basis van mummies. Het gebruik van mumia stopte echter pas volledig in de negentiende eeuw.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!






