In 1933 beklom de Britse bergbeklimmer Frank Smythe Mount Everest. Hij was alleen; zijn expeditiegenoten hadden de strijd tegen kou en hoogte eerder moeten opgeven. Toch beschreef Smythe later dat hij zich helemaal niet alleen voelde: hij voelde zich vergezeld door een onzichtbare, onverklaarbare aanwezigheid die hem hielp door te zetten. En Smythe is niet de enige bergbeklimmer met die ervaring. Kan dit raadselachtige fenomeen worden verklaard?

Deze ervaring wordt beschreven als het third man syndrome of de third man factor. Hoewel het pas recent wetenschappelijk is omschreven, schetsen oude dagboeken en memoires van avonturiers en bergbeklimmers al veel eerder hoe het werd beleefd.

De ‘goddelijke metgezel’ van Shackleton

Een van de bekendste voorbeelden is te vinden in de memoires van Ernest Shackleton, de Brits-Ierse ontdekkingsreiziger die wereldwijd bekend werd door zijn expedities naar Antarctica. Toen zijn schip Endurance in 1915 vast kwam te zitten in het poolijs, werden hij en zijn bemanning gedwongen maandenlang te overleven in de meedogenloze kou van de Zuidpool.

Toen het water rond Antarctica weer bevaarbaar werd, besloot Shackleton met een kleine groep bemanningsleden hulp te zoeken met een zelfgemaakte reddingsboot. Nadat de groep het eiland Zuid-Georgia had bereikt, moesten ze nog eens 38 kilometer te voet afleggen om een Britse walvispost te bereiken.

Leestip: De race van negentiende-eeuwse avonturiers naar het meedogenloze noordpoolgebied

Shackleton ondernam deze gevaarlijke tocht met twee andere bemanningsleden. In zijn beschrijving van de uitputtende voettocht schrijft hij dat hij steeds sterker het gevoel kreeg dat hun gezelschap uit meer dan drie personen bestond: er leek een ‘goddelijke metgezel’ met hen mee te reizen, die hen hielp hun bestemming veilig te bereiken.

Een extra teamlid in noodsituaties

Toen onderzoeker John Geiger in de memoires van Shackleton dook, raakte hij steeds sterker gefascineerd door diens beschrijving van de tocht op Zuid-Georgia. Nog opmerkelijker was dat Shackleton niet de enige was die de aanwezigheid van dit vierde teamlid had gevoeld: de twee mannen met wie hij de barre kou had getrotseerd, beschreven later dezelfde ervaring. Had zich dan werkelijk een vierde metgezel bij Shackleton en zijn bemanning gevoegd?

Leestip: In 1931 vertrekt een zeppelin naar de Noordpool – met 70.000 stuks post voor een ijsbreker

Geiger besloot te onderzoeken of andere mensen in levensbedreigende situaties een soortgelijke ervaring hadden meegemaakt. Dat bleek inderdaad het geval: hij vond talloze getuigenissen van mensen die tijdens expedities of andere noodsituaties het gevoel hadden dat ze werden beschermd door een onverklaarbare aanwezigheid.

Opvallende overeenkomsten

Een opvallende gelijkenis die Geiger vond in beschrijvingen van het third man syndrome is dat vooral bergbeklimmers deze waarneming rapporteren. Zo ook Frank Smythe: bij hem was de ervaring zelfs zo sterk dat hij zich op een moment omdraaide om zijn snack te delen met zijn klimpartner. Pas toen hij omkeek, besefte hij dat er helemaal niemand achter hem liep.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Maar ook bij tal van andere traumatische gebeurtenissen beschreven mensen eenzelfde ervaring: soldaten in oorlogen, verdwaalde zeelieden, astronauten in gevaar of overlevenden van terrorisme.

Uiteindelijk kon Geiger een verzameling samenstellen van wel honderden vergelijkbare waarnemingen van het third man syndrome. In al deze verhalen komen overeenkomsten voor die ons kunnen helpen verklaren hoe de psychologie achter deze ervaring werkt.

Hoe kan dit verklaard worden?

Onder de beschreven ervaringen van het third man syndrome bestaan veel overeenkomsten, maar de details verschillen van persoon tot persoon. Sommigen ervaren de aanwezigheid plotseling, terwijl het gevoel bij anderen geleidelijk ontstaat. Sommigen beschrijven het gevoel als vaag en ondefinieerbaar, terwijl het voor anderen de gedaante aanneemt van een overleden dierbare.

Wetenschappers zien het fenomeen vooral als een natuurlijke reactie van het brein op extreme stress en levensgevaar. Sommigen merken daarbij op dat het vooral voorkomt in omgevingen met weinig zintuiglijke prikkels. Mogelijk vult het brein dan zelf ontbrekende informatie aan op momenten van zware mentale druk.

Leestip: De enerverende eerste expeditie naar de Noordpool per luchtballon

Ook benadrukken experts dat veel gevallen van het third man syndrome voorkomen in hooggelegen gebieden, bij slaapgebrek en bij het gebruik van verdovende middelen. Onder deze omstandigheden kan het brein de werkelijkheid anders gaan interpreteren. Toch is er nog veel onbegrepen aan dit fenomeen, en doen wetenschappers nog altijd onderzoek naar de achterliggende mechanismen.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!